Van Kyoto naar Kopenhagen en verder…
|
||
|
COP 15; de klimaatconferentie in Kopenhagen
24 december 2009
De conferentie verliep chaotisch en het eindresultaat was teleurstellend. Het mag duidelijk zijn dat een consensus tussen de 193 participerende VN-landen moeilijk te bereiken was. Door de complexiteit, de sterk uiteenlopende belangen en het globale karakter van het vraagstuk werd weinig vooruitgang geboekt. Uiteindelijk kwam op de slotdag van de conferentie een kleine groep van belangrijke CO2-emittenten bijeen. De Verenigde Staten, China, India, Brazilië en Zuid-Afrika formuleerden een eigen ‘akkoord’. Op zaterdagochtend werd dit akkoord voorgelegd aan de overige deelnemers, maar het kwam niet meer tot een stemming, het werd een ‘voor gezien’. Het Kopenhagen akkoord is geen juridisch bindende overeenkomst en ook werden nog geen concrete afspraken vastgelegd over CO2 plafonds op de korte termijn (lees: 2020) of op de langere termijn (2050-2100).
Wat staat er uiteindelijk in het akkoord?
• de IPCC-aanbeveling, dat de temperatuurstijging niet boven 20C mag uitkomen, wordt overgenomen. Betrokkenen zijn het er over eens dat daarvoor een forse emissie-vermindering noodzakelijk is;
• per 31 januari 2010 zal een appendix worden toegevoegd bij het akkoord. Het doel hiervan is dat ieder (ontwikkeld) land zich aan kan sluiten en kan laten opnemen wat de eigen doelstelling is van CO2-uitstootvermindering per 2020;
• middelen worden beschikbaar gesteld door de ontwikkelde landen. Hiermee kunnen ontwikkelingslanden de kosten die voortkomen uit ‘aanpassing en mitigatie’ betalen. Mitigatie is het actief beperken van de effecten van klimaatverandering, bijvoorbeeld door het tegengaan van verdere ontbossing of een toenemend gebruik van duurzame energie.
Al met al is de einduitkomst tegenvallend. Voor de ontwikkelde landen is de beperking van de kosten op korte termijn duidelijk belangrijker dan de financiële gevolgen van klimaatverandering op de middellange termijn. Bij opkomende landen als China en India heeft de voortzetting van de economische groei de hoogste prioriteit. Arme landen moeten derhalve toezien, hoe hun bestaan steeds nadrukkelijker wordt bedreigd door de effecten van klimaatverandering.
Is de klimaatconferentie een mislukking? Nee, dat is ook weer niet het geval. In vergelijking met de Bali-conferentie in 2007 is het probleem van klimaatverandering veel nadrukkelijker op de politieke agenda komen te staan. In de afgelopen 2 jaar, in de aanloop tot de conferentie, hebben overheden beloftes gedaan, middelen beschikbaar gesteld, investeringsdoelen aangekondigd en wet-/regelgeving aangepast. Dit is vooral zichtbaar op gebieden als duurzame energie (zon, wind en aardwarmte), energie efficiency en de toenemende handel in emissierechten. Wellicht vormt de conferentie het begin van een nieuwe aanpak, minder gericht op VN-consensus en meer op andere vormen van onderhandeling. En verkijk u niet op het opkomende groene ondernemerschap. Richtlijnen en subsidies op nationaal of regionaal niveau bieden uiteraard prima kansen voor goede ondernemingen om met innovatieve producten en diensten de wereldmarkt te gaan veroveren.
Op politiek gebied zijn belangrijke mijlpalen de invulling van het appendix (31 januari 2010) en een afronding van de Amerikaanse klimaatwet. COP 16 zal in december 2010 gehouden gaan worden in Mexico Stad. Het belooft al met al een interessant jaar te worden.
Verandert het klimaat in de VS?
28 november 2009
De aandacht voor klimaatverandering heeft in de Verenigde Staten nog een betrekkelijk korte historie. Orkaan Katrina (2005) heeft belangrijk aan het groeiend bewustzijn bijgedragen. Zo werd de stad New Orleans aangemerkt als het eerste Amerikaanse slachtoffer van klimaatverandering. Het besef van de Amerikanen werd nog versterkt door de documentaire “an inconvenient truth” (2006), uitgegeven door voormalig vice-president en latere Nobelprijswinnaar Al Gore.
In het afgelopen jaar is de belangstelling voor klimaatverandering bij het publiek wat naar de achtergrond verschoven. Persoonlijke zaken als werkzekerheid, gezondheidszorg en de ontwikkeling van de huizenprijzen stonden hoger op de agenda’s. De overheid heeft, met de aanstelling van president Obama en de behaalde meerderheid van democraten in het parlement, meer aandacht gekregen voor de risico’s samenhangend met de opwarming van de aarde. Maar minstens zo belangrijk lijken het streven naar energie-onafhankelijkheid en de wens om de kapitaalstromen richting het Midden Oosten ($ 700 mrd per jaar) te verkleinen. Klimaatverandering zal vooral politieke aandacht gaan krijgen, wanneer de kiezers het hoger op de wensenlijst gaan plaatsen.
Wat is er in de afgelopen jaren op politiek gebied gebeurd?
Kyoto Protocol
Het Kyoto Protocol kwam in 1997 tot stand, welke in 1998 door de Amerikaanse V.N.-afgevaardigde symbolisch werd ondertekend. De benodigde ratificatie door de Amerikaanse Senaat bleef echter uit. Zij was tegen het protocol omdat er geen bindende verplichtingen waren opgenomen voor opkomende economieën als China en India. Vooral om die reden hebben zowel Bill Clinton als George W. Bush het protocol nooit voor bekrachtiging aan de volksvertegenwoordiging voorgelegd. In de ogen van Bush was het verdrag daarbij schadelijk voor de Amerikaanse economische groei en zijn regering betwistte aanvankelijk nog de wetenschappelijke basis van klimaatverandering.
Veel Amerikaanse staten en steden hebben in de afgelopen jaren wél initiatieven ontwikkeld die vergelijkbaar zijn met de afspraken in het Protocol.
President Barack Obama
Met de inauguratie van Barack Obama tot president van de Verenigde Staten lijkt een nieuw en groener tijdperk te zijn aangebroken. Obama heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt, dat hij de hervorming van de gezondheidszorg en de aanpak van klimaatverandering hoog op zijn ‘to do list’ heeft staan. Hij heeft zich bereid getoond om grote investeringen te doen in schone en hernieuwbare energie. Hiermee wil hij miljoenen ‘groene banen’ scheppen, die vaak locaal van karakter zijn en dus moeilijk naar lage lonen landen verplaatst kunnen worden. Niet alleen moet de energie groener, hij wil ook sterk inzetten op vermindering van het energieverbruik. Hiertoe wil hij het land energie-efficiënter maken en meer aandacht schenken aan energiebesparing en verlaging van de energievraag.
Eind februari 2009 ondertekende de president de “American Recovery and Reinvestment Act”, een economisch herstelplan van $787 miljard. Liefst $92 mrd werd bestemd voor ‘clean tech’, waarvan 35% voor schone en duurzame energie, 29% voor energie-efficiency en 21% voor waterinfrastructuur. Teneinde innovatie te stimuleren werden ook middelen beschikbaar gesteld voor onderzoek en ontwikkeling (R&D).
De klimaatwet
Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft in juni de ‘American Clean Energy and Security Act” (ACES) goedgekeurd. De wet stelt een ‘cap and trade’ systeem voor, waarbij op nationaal niveau een limiet (cap) wordt vastgelegd voor de maximaal toelaatbare emissie van broeikasgassen. Hiervoor worden emissierechten uitgegeven. Tekorten of overschotten van deze rechten kunnen worden verhandeld (trade). Door een geleidelijke verlaging van de cap moet in 2020 een verlaging van de uitstoot gerealiseerd worden van 17% ten opzichte van het niveau in 2005.
Op dit moment buigt de Senaat zich over de klimaatwet. Een snelle afhandeling hiervan lijkt niet waarschijnlijk, aangezien veel van de aandacht van de senatoren op dit moment uitgaat naar de “healthcare bill”. In grote lijnen komt het wetsvoorstel overeen met de aangenomen klimaatwet van het Huis van Afgevaardigden. Belangrijkste verschil is, dat de senaat gaat stemmen over een cap-and-trade plafond van 20%.
Kopenhagen
Aangezien het bekrachtigen van de klimaatwet nog wel enige maanden op zich zal laten wachten, kunnen Amerikaanse onderhandelaars nog geen concrete voorstellen doen of accepteren. Het zal eerder gaan om uitgesproken politieke intenties, die in een later stadium door middel van een nieuw protocol door de Amerikaanse regering kunnen worden bekrachtigd. De Amerikanen willen dolgraag ‘in the lead’ zijn; maar dat zullen de Chinese politieke leiders ook nastreven. Het belooft dus een interessante conferentie te worden, waarbij in ieder geval de aandacht voor klimaat en milieu groot zal zijn.
De clean tech sector
Veel entrepreneurs dienen zich aan in de ‘cleantech sector’. Die zullen in de komende jaren, ongetwijfeld met innovatieve oplossingsrichtingen, naar de beurs komen. Uiteraard is er al een ruime keus uit beursgenoteerde ondernemingen, allemaal op zoek naar de beste afzetmogelijkheden voor hun producten. Op dit moment zien wij groeikansen in windturbines (veel wind in ‘the midwest’), zonnecellen (veel zon in ‘the southwest’), geothermische energie (veel aardwarmte in ‘the northwest’), een digitaal elektriciteitsnetwerk (smart grid) en de opkomst van de (hybride) elektrische auto. Het is aan beleggers om het kaf van het koren te scheiden en te beleggen in de pareltjes van de toekomst.
De G8: Ambitieuze plannen, maar niet genoeg concrete doelstellingen
10 november 2009
Klimaatverandering is een probleem dat alle landen ter wereld raakt. En het kan dan ook alleen tegengegaan worden door wereldwijde samenwerking. Elke regio heeft echter ook vaak duidelijke eigen belangen, die soms kunnen botsen en concrete afspraken in de weg staan. Een voorbeeld van internationaal overleg over klimaatverandering is de jaarlijkse G8 top die afgelopen zomer in Italië werd gehouden. Daar zijn de leiders van de G8 landen overeengekomen om hun CO2 uitstoot met 80% terug te brengen in 2050. Dat is natuurlijk nog ver weg, waardoor het des te belangrijker is dat er ook duidelijke tussentijdse doelstellingen worden gesteld. Daar ontbrak het tijdens deze G8 bijeenkomst echter nog aan. Andere discussiepunten waren de financiering van het plan en de bijdrage die opkomende economieën zoals China, India en Brazilië zouden moeten leveren.
De afspraken van L’Aquila
In juli kwamen de leiders van de acht rijkste geïndustrialiseerde landen bijeen in L’Aquila (Italië) voor hun jaarlijks overleg. Voorheen was de agenda vooral gericht op economische en financiële onderwerpen, maar sinds enkele jaren komen ook politiek en milieuthema’s steeds meer aan de orde. Dit jaar hebben de acht landen, te weten Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Japan, Rusland en de Verenigde Staten, zich gecommitteerd om de CO2 uitstoot door hun landen met 80% teruggebracht te hebben in 2050. Op die manier zou de temperatuurstijging op aarde beperkt kunnen blijven tot twee graden Celsius boven het niveau van het begin van de Industriële Revolutie. Vooral de positie van de Verenigde Staten is sterk veranderd sinds de verkiezing van Barack Obama als president. Waar de Amerikanen wetenschappelijk bewijs omtrent de twee graden Celsius als kritiek niveau voor de opwarming van de aarde eerder nog wel eens in twijfel trokken, gaf hij nu aan dat het bewijs ‘duidelijk en onweerlegbaar’ is. “Ik weet dat de VS soms tekort geschoten is met het nakomen van verantwoordelijkheden. Dus laat me duidelijk zijn: die tijd is voorbij.”
De aankondiging van een 80% reductie lijkt een goede stap voorwaarts in de aanloop naar de VN klimaatconferentie in Kopenhagen waar een opvolger van het Kyoto Protocol overeengekomen zou moeten worden, maar alleen woorden zijn natuurlijk niet genoeg.
Concrete plannen ontbreken
Een ambitieuze lange termijn doelstelling zoals die van de G8 is namelijk niet geloofwaardig zonder krachtige tussentijdse doelstellingen en duidelijke meetpunten. De doelstelling zoals die nu geformuleerd is, geeft elk G8 land de mogelijkheid zelf het jaar te bepalen ten opzichte waarvan de CO2 uitstoot met 80% afgenomen moet zijn in 2050. Gezien de snelle economische groei van de afgelopen twintig jaar maakt de keuze tussen bijvoorbeeld 1990 of dit jaar een enorm verschil in resultaat. Bovendien zouden ze zich, om op schema te blijven voor de 80% lagere uitstoot in 2050, moeten committeren aan een al 25 tot 40 procent lagere uitstoot van CO2 in 2020 (ten opzichte van 1990). Zo ver is de G8 echter nog niet. De Verenigde Staten hebben de intentie uitgesproken om vergeleken met 2005 de uitstoot met 17% te verminderen. De Europese Unie heeft zich gecommitteerd aan 20% (ten opzichte van 1990), maar wil dit pas verhogen naar 30% als ook andere landen meedoen. Ook Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon noemt de doelstellingen van de G8 ‘zeer welkom, maar niet voldoende’. “De tijd van uitstel en halve maatregelen is over”, gaf hij aan.
Bijdrage van de opkomende landen
Maar alle ambitieuze plannen van de G8 ten spijt, zonder bijdrage van de opkomende economieën zal het zeker niet lukken om de opwarming van de aarde genoeg te beperken, zelfs niet als de geïndustrialiseerde landen de uitstoot met meer dan 80% terugdringen. In landen als China en India stijgt de CO2 uitstoot namelijk nog snel. Zoals voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barosso zei: “We moeten allemaal ons steentje bijdragen, gebaseerd op een gezamenlijke maar niet per se dezelfde verantwoordelijkheid en draagkracht.” Over de grootte van die verantwoordelijkheid en draagkracht lopen de meningen echter sterk uiteen. Het voorstel van de G8 was dat alle rijke landen de uitstoot van broeikasgassen met 80% zouden moeten terugbrengen en ontwikkelingslanden, waaronder opkomende economieën als India en China, met 50%. Over deze verdeelsleutel waren de vijf belangrijkste opkomende economieën (Brazilië, China, India, Mexico en Zuid-Afrika) die een dag later ook aanschoven bij de G8 bijeenkomst echter niet te spreken. Vooral China en India vinden dat een veel grotere rol weggelegd zou moeten zijn voor de rijke landen, die per slot van rekening de hoge CO2 uitstoot in het verleden veroorzaakt hebben en decennia lang zonder restricties hebben mogen groeien. De zogenaamde G5 was bovendien erg teleurgesteld door het gebrek aan daadkracht van de G8. Met name het ontbreken van harde tussentijdse doelstellingen heeft de geloofwaardigheid van het plan in de ogen van deze landen dusdanig aangetast dat zij zich niet gecommitteerd hebben aan de voorgestelde 50% reductie.
Een andere kwestie is de financiering van het gezamenlijke gevecht tegen klimaatverandering. Er zullen snel meer financiële middelen beschikbaar moeten komen om de gevolgen van klimaatverandering in de armste landen te verlichten en hen te ondersteunen bij de overgang naar meer duurzame vormen van energie. Ook hier zijn tijdens de G8-bijeenkomst nog geen duidelijke afspraken over gemaakt. Het zal een combinatie moeten worden van overheidsgeld, private initiatieven en de handel in emissierechten. De G8 en een aantal andere grote landen zullen zich echter pas in een later stadium buigen over alle voorstellen, waaronder dat van Mexico (een ‘Groen Fonds’ van tien miljard beheerd door de Wereldbank) en dat van de Britse Prime Minister Gordon Brown (100 miljard dollar voor arme landen in hun gevecht tegen klimaatverandering).
De conclusie is dat er nog veel moet gebeuren voor de klimaatconferentie die al over iets meer dan een maand in Kopenhagen van start gaat. De standpunten van de G8-landen mogen dan wel een stap in de goede richting doen, maar volgens de meeste critici nog maar een hele kleine.
KLIMAATVLUCHTELINGEN
26 oktober 2009
De opwarming van de aarde wordt gezien als de belangrijkste oorzaak van de stijgende zeespiegel. Volgens internationale wetenschappers zal het zeewater tot het jaar 2100 tussen de 18 en 59 centimeter stijgen. En dat brengt weer een nieuw probleem met zich mee: klimaatvluchtelingen.
Kwetsbare gebieden
Laag liggende eilanden in de Stille Oceaan (slechts één tot twee meter boven zeeniveau) zoals Tuvalu, Kiribati en Vanuatu zijn het meest kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Niet alleen zullen de eilanden als er niets gebeurt uiteindelijk volledig onder water verdwijnen, maar ook wordt het grondwater, en dus de landbouw waar de lokale bevolking zo afhankelijk van is, nu al aangetast door het oprukkende zeewater. Het brakke grondwater kan ook niet meer als drinkwater worden gebruikt, waardoor de eilandbewoners op regenwater aangewezen zijn, ook in periodes van grote droogte. Conservatieve schattingen van het Klimaatpanel van de Verenigde Naties geven aan dat de eilanden binnen dertig jaar onbewoonbaar worden.
Geen geld voor oplossingen
Ontwikkelde landen zullen naar verwachting de komende eeuw miljarden uitgeven om hun kustlijn te beschermen, maar deze kleine eilanden hebben simpelweg geen geld om dijken aan te leggen of hun land op te hogen. De regering van de eilandengroep Tuvalu heeft gedacht aan het kopen van een nieuw stuk land ergens, maar ook daarvoor ontbreekt het de natie, die nauwelijks inkomstenbronnen heeft, aan geld. Toch zal er een oplossing gevonden moeten worden. Het hoofdeiland is op het breedste punt namelijk slechts 200 meter breed, waardoor er nu al bij elke stevige vloedgolf een stukje van het eiland verdwijnt.
Hulp van buiten
De eilanden in de Stille Oceaan, maar ook de Verenigde Naties pleiten er nu voor dat ‘buurlanden’ Australië en Nieuw-Zeeland mensen gaan opvangen die door de stijgende zeespiegel hun woonplaats moeten verlaten. Te meer omdat deze twee landen zelf een hoge CO2 uitstoot per hoofd van de bevolking hebben en dus meer dan de eilanden zelf verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde. Er ligt internationale druk op Australië en Nieuw-Zeeland om hun immigratiebeleid zodanig aan te passen dat er een apart jaarlijks quotum voor klimaatvluchtelingen ontstaat. Tot nu toe zijn deze landen echter nog terughoudend geweest met het doen van concrete toezeggingen.
200 miljoen klimaatvluchtelingen in 2050
De eilanden in de Stille Oceaan zijn niet de enige landen die met humanitaire problemen als gevolg van klimaatverandering te maken zullen krijgen. Andere laaggelegen gebieden die bedreigd worden door het zeewater zijn de Bahama’s, Bangladesh en landen in de Indische Oceaan, waaronder de Malediven. Maar bij klimaatvluchtelingen moet bijvoorbeeld ook gedacht worden aan mensen die vanwege de droogte hun woonplaats in de Sahel (Afrika) zullen moeten verlaten, omdat er niet genoeg drinkwater en voedsel is. Door het veranderende klimaat zullen talrijke gebieden onleefbaar worden, waardoor er volgens de International Organization for Migration in 2050 al 200 miljoen klimaatvluchtelingen kunnen zijn.
De rol van China bij de klimaatonderhandelingen
15 oktober 2009
In december zal in Kopenhagen onderhandeld worden over een nieuw klimaatverdrag als opvolger van het Kyoto Protocol (dat in 2012 af zal lopen). Interessant zal daarbij de rol zijn die China op zich gaat nemen. Het land was, als opkomende economie, niet meegenomen in het Kyoto Protocol. Maar omdat China inmiddels de grootste emittent is van broeikasgassen, met 20% van de wereldbevolking en een snelgroeiende economie, wordt deelname steeds meer cruciaal.
De Chinese regering vindt dat westerse landen, als historische veroorzakers van de veranderde atmosferische samenstelling, het eerst en het meest nadrukkelijk maatregelen moeten nemen ter voorkoming van verdere temperatuursstijging. China heeft 8% van de historische CO2 emissie veroorzaakt, tegenover de VS 29%. Vooral CO2-verlagingsdoelstellingen voor de middellange termijn worden door de Chinese regering belangrijk geacht. Die liggen uiteraard in veel landen politiek gevoeliger, omdat ze vaak snelle en pijnlijke overheidsmaatregelen vereisen. Ook verlangt de Chinese overheid dat de westerse landen de noodzakelijke maatregelen in opkomende economieën mee zullen financieren. China graaft zich in, maar lijkt open te staan voor suggesties om te komen tot een werkbare aanpak van de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt.
Is de klimaatconferentie voor China belangrijk? Zonder meer, al bekijkt deze opkomende wereldmacht het vanuit meerdere invalshoeken. Ik noem de belangrijkste:
Klimaatverandering
China hoort bij de landen die sterk de effecten van klimaatverandering gaan ervaren. Door de opwarming van de aarde zullen veel gletsjers in de Himalaya gaan smelten. Dit zal aanvankelijk gaan leiden tot overtollige watertoevoer en daardoor een toename van het aantal overstromingen. Op de langere termijn zal echter de wateraanvoer gaan verminderen en dit zal de drinkwatervoorziening in gevaar gaan brengen. Het noorden is al erg droog en dit zal door klimaatverandering nog verergeren. In China is al sprake van watertekort; per inwoner is er slechts een kwart van het wereldgemiddelde beschikbaar. Het groeiend watertekort zal met name de watervoorziening van het toenemend aantal miljoenensteden bemoeilijken. Daarnaast zal ook de irrigatie van de landbouw, nodig om een groeiend aantal monden te kunnen blijven voeden, steeds problematischer gaan worden. Tenslotte zullen door de opwarming van de oceanen de stormen/typhonen die het land met regelmaat al teisteren naar verwachting steeds vaker gaan voorkomen en in (vernietigings-)kracht gaan toenemen.
Luchtkwaliteit
Luchtverontreiniging vormt een bedreiging voor het welzijn van mensen en zet een kostbare rem op de economische ontwikkeling. De uitstoot door inefficiënte kolencentrales en het snel groeiend autogebruik zijn hier belangrijke veroorzakers van. Meer dan 80% van de elektriciteit wordt opgewekt met kolen. De vraag naar elektriciteit groeit sterk, in de komende tien tot vijftien jaar wordt een verdrievoudiging van de vraag verwacht. In China wordt daardoor gemiddeld elke veertien dagen een nieuwe steenkoolcentrale in bedrijf gesteld. Hierdoor neemt, ondanks steeds strikter wordende regels, de uitstoot van vervuilende stoffen als fijnstof (roet), NOx (stikstofoxiden) en SO2 (zwaveldioxide) nog steeds toe. De Chinese overheid hanteert strenge richtlijnen die de efficiency van nieuwe (schonere) centrales moeten verhogen. Daarnaast worden verouderde en sterk vervuilende centrales gesloten. De normen waar nieuwe auto’s aan dienen te voldoen, zowel op het gebied van zuinigheid als op het gebied van uitstoot van schadelijke stoffen, gaan richting de Europese normen (en overstijgen dus de huidige Amerikaanse normen). Toch neemt de luchtkwaliteit, vooral door de enorme groei van het autobezit, nog steeds af. Schone energiebronnen als zon, wind en aardwarmte kunnen een goed alternatief bieden. Om deze reden zet de Chinese overheid belangrijk in op het gebruik van duurzame energie, “schone” kolen en nucleaire energie. De opkomende automobielindustrie zal ongetwijfeld vele modellen van elektrische en/of hybride auto’s naar de markt gaan brengen.
Economische groei
Het is voor de Chinese overheid van groot belang, dat de groeiende welvaart van het land door steeds meer mensen wordt gedeeld. Welvaart betekent minder onrust, meer (politieke) stabiliteit en creëert een grote binnenlandse markt. Dus de middenklasse van het land, duidelijk bezig met een inhaalslag van consumptieve bestedingen, groeit sterk. Het is in het belang van het land en vanuit het oogpunt van gelijke behandeling van landen gerechtvaardigd, dat China eerst nog de kans krijgt op dit groeipad door te gaan. Dat dit gepaard zal gaan met een oplopende CO2 uitstoot, dient daarbij (deels) voor lief genomen te worden. Vandaar dat de Chinese overheid niet echt van zins is om al met harde afspraken te komen voor wat betreft het terugdringen van CO2. De meest concrete uitspraak die de Chinese commissie voor nationale ontwikkeling en hervorming, de belangrijkste beleidsmaker op dit terrein in China, recent heeft gedaan is, dat de CO2-uitstoot in China rond 2050 zal gaan dalen. Hierbij wordt evenwel niet aangegeven, vanaf welk niveau de daling op zal gaan treden. Het terugdringen van de CO2-uitstoot wordt vooralsnog overgelaten aan de landen die de belangrijkste economische groei inmiddels doorgemaakt hebben en die nu in een overgangsfase naar duurzame en CO2-arme groei terecht zijn gekomen.
Industriële groei
China is, net als vele landen in de wereld, voortdurend op zoek naar bedrijfstakken die de toekomstige groei van het land een impuls kunnen geven. In die optiek wordt “clean tech” gezien als een van de belangrijkste industriële groeigebieden van de 21e eeuw. Als eigen belang zit er in, dat ze niet afhankelijk willen zijn van buitenlandse leveranciers. Dus hun afhankelijkheid van olie uit het Midden Oosten of windturbines uit Europa is niet gewenst. Vandaar dat ze sterk inzetten op het ontwikkelen van een eigen industrie. Waren er in 2004 nog slechts 6 producenten van windturbines in China, inmiddels zijn dat er al bijna 70. Soortgelijk ontwikkelt zich de markt voor producenten van zonnecellen. Verhoogde productie is goed voor de binnenlandse vraag, maar biedt daarnaast natuurlijk ook exportpotentieel. Andere belangrijke groeimarkten in China, waar ook veel overheidsgeld naar toe zal gaan, zijn energie-efficiency en het “intelligenter” maken van het elektriciteitsnetwerk (smart grid). Hierbij zullen ongetwijfeld buitenlandse bedrijven met hoog gekwalificeerde medewerkers en moeilijk te kopiëren producten een rol kunnen gaan spelen.
In de aanloop naar Kopenhagen
Er is de Chinese politieke leiders dus veel aan gelegen een leidende rol bij de komende klimaatonderhandelingen te gaan spelen. In de aanloop naar Kopenhagen komt het land inmiddels met vele initiatieven, zowel binnenlands als ook internationaal. Voorbeelden hiervan zijn de aangekondigde samenwerking met de Verenigde Staten op het gebied van clean tech (juli 2009) en het voorstel van een “renewable energy Fund” ter stimulering van onderzoek en gebruik van duurzame energie.
Beleggen in China
Voor een belegger brengt het opengaan van de Chinese markt nieuwe mogelijkheden met zich mee. Steeds meer Chinese bedrijven vragen beursnotering aan. Doen ze dit op de lokale beurzen, dan is het aandelenbezit veelal voorbehouden aan Chinezen. Maar veel bedrijven kiezen voor een beursnotering in Hongkong, in de Verenigde Staten of in Duitsland. Dan zijn de aandelen beschikbaar voor belegging door fondsen als het Delta Lloyd L Water & Climate Fund en/of het Delta Lloyd L New Energy Fund. Op dit moment beleggen deze fondsen al in ondernemingen die zich bezighouden met waterzuivering en producenten van (onderdelen van) zonnecellen en windturbines. Aanvullende beleggingen in China worden onderzocht.
Klimaatverandering : beheers het onvermijdbare en vermijd het onbeheersbare
5 oktober 2009
Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt door de verbranding van fossiele brandstoffen (olie, steenkool en gas) en ontbossing. Wetenschappers gaan ervan uit dat de gemiddelde temperatuur op basis van de huidige CO2 emissies met 20C zal gaan stijgen ten opzichte van basisjaar 1750 (begin van de industriële revolutie). Zonder forse aanpassingen bestaat de mogelijkheid dat sterkere temperatuurstijgingen worden bereikt. Dit kan leiden tot toenemende schade door meer extreme hittegolven en droogtes, krachtiger stormen, overstromingen en een stijging van de zeespiegel. Het zal van grote invloed zijn op de leefomgeving van veel mensen en de leefbaarheid van onze planeet. Het zal mede afhangen van de snelheid en omvang van onze reactie hierop, hoe groot het uiteindelijke effect van klimaatverandering zal worden.
Verlaging CO2 -uitstoot en een duurzame groei
De meeste landen, waaronder opkomende economieën als India en China, zitten op een energie-intensieve groei op basis van koolstofrijke fossiele brandstoffen (CO2). Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change), het breedste forum van klimaatexperts ter wereld, waarschuwt voor de gevolgen van de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde.
Het is aan overheden om het risico hiervan te verkleinen door schone en duurzame alternatieven aantrekkelijker te maken. Te denken valt aan subsidies, het stimuleren van onderzoek en het bevorderen van technologische innovatie. In december 2009 zal in Kopenhagen een belangrijke klimaatconferentie van de Verenigde Naties plaatsvinden. Het klimaatverdrag dat hieruit voort gaat komen moet een opvolger worden van het Kyoto Protocol, dat in 2012 zal aflopen.
De keuze is aan onszelf
We kunnen besluiten om op korte termijn belangrijke maatregelen te nemen teneinde de uitstoot van broeikasgassen fors te verminderen. Pas in een later stadium zal blijken of de hoge uitgaven die hiermee gepaard gaan terecht zijn geweest. Maar los van deze conclusie zullen we in ieder geval in een wereld wonen met een meer duurzame groei, die schoner is en die meer biodiversiteit kan behouden. Daarnaast zal, aangezien we niet meer afhankelijk zijn van olieproducerende en politiek instabiele landen, ook de mondiale veiligheid toenemen.
Een andere keuze die gemaakt kan worden is om slechts bescheiden aanpassingen te doen en door te gaan op het huidige energierijke groeipad. Mocht dit uiteindelijk een foutieve of onverstandige beslissing blijken te zijn, dan zou een verlate actie kostbaar kunnen worden en wellicht ook te laat gaan komen. Te sterke temperatuurstijgingen zouden de leefomgeving zodanig aan kunnen tasten, dat het aantal klimaatvluchtelingen gaat toenemen en de kans op conflicten groter wordt. Uiteraard blijft de noodzaak bestaan om in de komende decennia over te schakelen naar andere energiebronnen, aangezien de wereldwijde voorraad fossiele brandstoffen hoe dan ook eindig is.
De belegger en duurzame groei
Om te komen tot een duurzame groei met een forse verlaging van de uitstoot van broeikasgassen dienen we verdere ontbossing tegen te gaan. Daarnaast dient het energiegebruik veel efficiënter te worden en zal fors geïnvesteerd moeten worden in schone en hernieuwbare energiebronnen als zon en wind. Deze transitie zal naar verwachting leiden tot interessante beleggingsmogelijkheden.
Delta Lloyd biedt twee beleggingsfondsen aan die zich richten op de aantrekkelijke groeigebieden: klimaatverandering en duurzame energie. Het Delta Lloyd Water & Climate Fund belegt in bedrijven die oplossingen bieden voor klimaatverandering in het algemeen en milieutechnologie op gebieden als water, lucht en schone energie in het bijzonder. Het Delta Lloyd New Energy Fund belegt in bedrijven die energiebesparende technologieën ontwikkelen en ondernemingen die inspelen op de snel veranderende energievraag in de komende decennia.
In de komende maanden zullen we u met regelmaat op de hoogte gaan houden van belangrijke nieuwsfeiten of gebeurtenissen in de aanloop tot de Kopenhagen klimaatconferentie.
Ad schellen
Ad Schellen is bij DeltaLloyd Asset Management fonds-manager van New Energy Fund en het Water & Climate Fund. Hij schrijft deze columns op persoonlijke titel.
Eén reactie op “Van Kyoto naar Kopenhagen en verder…”
(advertentie)











24 november 2009 , 11:24
informatie over projecten met Amazonas- Brasielie.