« Gratis voucher voor een rit in Amsterdam met een elektrische auto | Home | Met windenergie tuinafval sneller verwerken »
Opbrengstgaranties moeten prijsverschillen tussen zonnepanelen rechtvaardigen
23 juni 2010

160 zonnepanelen van Centrosolar op Amsterdams Achmeakantoor geïnstalleerd door Energieker
“Weet je wat het is: zonnepanelen van Chinese makelij kunnen op zich best goed zijn, alleen moet die lagere prijs ergens vandaan komen. Vaak is het toch dat de consument een aantal zekerheden moet inleveren, bijvoorbeeld wat betreft de opbrengst van de PV-systemen.”
Michiel van Schalkwijk en Erik de Leeuw van Centrosolar zijn zeker van hun zaak. Dat kan ook bijna niet anders: beiden hebben een jarenlange ervaren in de PV-branche en kennen de markt van haver tot gort.
Dat consumenten gecharmeerd zijn van een laag geprijsde – zeg maar gerust: goedkope – zonnepanelen snapt Van Schalkwijk. Daarom legt hij rustig uit wat hij bedoelt: “Als je kijkt naar het productieproces van zonnecellen, dan zijn er in de basis niet zoveel variabelen waar je als producent aan kan sleutelen. Voor alle producenten is de prijs van silicium hetzelfde. Ook de prijzen van aluminium en glas, de overige twee belangrijke bestanddelen, worden bepaald op een wereldmarkt, dus die zijn gelijk voor Chinese en Europese fabrikanten. Wat je overhoudt zijn stappen in het productieproces. Maar hoe werkt dat dan?”
Van Schalkwijk en De Leeuw wisselen elkaar af met het uitleggen van het fabrikageproces en de mogelijkheden van fabrikanten om goedkoper te produceren.
“Laten we beginnen met de arbeidskosten: die zijn in China laag, maar per paneel weer vergelijkbaar met Europa. Dat heeft te maken met het feit dat Europese fabrikanten veel verder zijn met het automatiseren van de productie waardoor de factor arbeid sterk is gereduceerd. Daarnaast vergt de productie van silicium veel energie. En daar hebben de Chinese fabrikanten wel een voordeel: hun kosten voor inkoop van energie zijn veelal lager omdat de Chinese overheid daar flinke subsidies op geeft. Dat vertaalt zich in significant lagere kosten per Wattpiek.”
“Vervolgens komen we in het productieproces zelf. Er zijn verschillende manieren om de fabricagekosten te drukken. Ik noem er een paar. In de eerste plaats het lamineren van panelen: het aanbrengen van de beschermende folie over de zonnecellen is een tijdrovend proces. Het laminaat moet namelijk voldoende tijd krijgen om uit te harden. Als je die tijd voor het lamineren verkort dan verlaag je de productiekosten, maar de panelen gaan na enige jaren delamineren. Dat kan de levensduur natuurlijk negatief beïnvloeden. Een andere truc die fabrikanten kunnen gebruiken is besparen op onderdelen zoals de contactdozen. Je hebt daar nu eenmaal verschillen in kwaliteit die zich vertalen in prijs, maar ook in levensduur. Goedkopere, hardplastic contactdozen kunnen eerder kapot gaan, wat betekent dat je in de loop van de 25 tot 30 jaar dat de panelen meekunnen toch te maken hebt met opbrengstverlies en herstelkosten.”
“Tot slot, en dit is iets dat toch meer voorkomt dan je zou denken, is het de vraag wat het werkelijke nominale vermogen is van elk geproduceerde zonnepaneel. In de fabriek wordt namelijk een zogenaamde flashtest uitgevoerd: met een soort flitser wordt gemeten wat het vermogen is van een paneel. Maar die test moet ook reproduceerbaar zijn en dus moeten de omstandigheden ‘genormaliseerd’ zijn. En in de fabriek zijn die omstandigheden gemakkelijk te beïnvloeden. Hier is eigenlijk geen wereldwijde controle op. Ook de Tüv of Iso gecertificeerde panelen kunnen daardoor een lager vermogen hebben dan wat er beloofd wordt. Afwijkingen van 10% zijn niet ongewoon. Dat betekent dat wie een paneel van 200 Wp denkt te kopen in werkelijkheid 180 Wp krijgt. En reken maar uit wat dat betekent voor je uiteindelijke opbrengst. Je haalt dus nooit het beloofde rendement.”
Dat panelen van mindere kwaliteit op de markt komen is geen spookverhaal van de heren van Centrosolar. Op de redactie hebben wij van diverse (tussen)handelaren aanbiedingen gezien van zeer laag geprijsde zonnepanelen. Meestal is de aanhef: “Wij hebben de beschikking over een container van zonnepanelen. Deze container staat nu in de haven van Rotterdam. De oorspronkelijke afnemer kan niet afnemen en daarom zijn wij op zoek naar een nieuwe koper.” In werkelijkheid kan het gaan om zonnepanelen die afgekeurd zijn, ‘illegaal’ voorzien zijn van een nieuwe sticker met nominaal vermogen (bijvoorbeeld 200 Wp) en via allerlei schimmige wegen hun weg naar de markt toch vinden. Het kan natuurlijk gaan om goed spul, maar zeker kun je daar niet van zijn. En mocht het foute boel zijn dan heeft de consument geen plek om verhaal te halen. Want de eigenlijke leverancier of fabrikant zit zo ver terug in de keten, er zijn veelal zo veel tussenpersonen bij betrokken, dat het onbegonnen werk is om op de juiste plek een claim te leggen en geld terug te vorderen.

'Aanbieding' via de tussenhandel
Van Schalkwijk en De Leeuw benadrukken nogmaals dat goedkopere panelen niet per se slechtere panelen moeten zijn. Maar de kans dat er aan een paar knoppen is gedraaid die voor de eindgebruiker niet een twee drie te zien zijn, is groot. Nog los van het gegeven dat er in de leveringsketen verschrikkelijk veel tussenpersonen een rol kunnen spelen. Om die reden hanteert Centrosolar zelf het beleid om zoveel mogelijk complete systemen te leveren waarbij zij zelf de rol van verantwoordelijke leverancier op zich nemen. Hun levering bestaat uit een geheel van zonnepanelen, omvormer en bevestigingsmaterialen. Op deze manier willen zij de zekerheden en garanties concreet gestalte geven. Als beursgenoteerde onderneming heeft Centrosolar namelijk ook de verplichting de afgegeven zekerheden ook te kunnen nakomen. Het bedrijf moet aantoonbaar reserves opbouwen om eventuele claims te kunnen uitbetalen.
Van Schalkwijk wil in de toekomst nog een paar stappen verder gaan: “Op termijn willen wij wel naar een ander type van garantie. Nu nog worden vermogensgaranties afgegeven, maar waar het de eindgebruiker natuurlijk om gaat is de opbrengst. Met andere woorden, je moet als leverancier eigenlijk het lef hebben om opbrengstgaranties af te geven – wij gebruiken bijvoorbeeld glas dat 5% meer licht doorlaat, dus we willen dat in onze propositie sterker naar voren laten komen.”
Dat klinkt heftig. De opbrengst is immers niet alleen afhankelijk van de kwaliteit van het PV-systeem, ook de weersomstandigheden spelen een cruciale rol. Maar daar schrikken de mannen van Centrosolar niet voor terug. De Leeuw: “Het KNMI houdt historische gegevens bij van de gemeten zonne-instraling per meetstation. Daar heb je dus een objectieve maatstaf. Die kun je dan ook gebruiken om de gemeten opbrengst van het systeem tegen af te zetten. Is de opbrengst over een periode van zeg 5 of 10 jaar onder de maat, dan moet je de eindgebruiker compenseren, zo simpel is het eigenlijk.”
Van een opbrengstgarantie is in de markt nog geen sprake. Er zijn nog geen fabrikanten of (tussen)handelaren die hun vingers hieraan branden. Maar een interessante gedachte is het zeker. En dat kan de discussie over verschillen in prijsniveau tussen zonnepanelen een nieuwe wending geven.
Onderwerpen: Economie, Marktontwikkeling, Zonne-energie 2 Comments »
2 reacties op “Opbrengstgaranties moeten prijsverschillen tussen zonnepanelen rechtvaardigen”
(advertentie)
(advertentie)







2 juli 2010 , 22:31
Wat is jullie mening vwb panelen van Canidian Solar?
Zijn deze betrouwbaar ondanks flash testen
24 juni 2010 , 00:10
Tot nu toe heb ik nog niet over structurele problemen met Chinese modules gehoord. Wel van diverse forse problemen met modules van enkele “Europese” of internationale (niet Chinese) bedrijven….
ECN heeft net zowel bij Yingli (Panda project), JA Solar (metal wrap through concept), als bij Canadian Solar (Eurotron, ook MWT concept), alle drie (grotendeels) Chinese productie bedrijven, innovaties uitgezet die door die (Chinese) partijen worden vercommercialiseerd. En dat zijn beslist geen kleintjes. Zeg maar gerust: reuzen in de PV sector.
Ook over geïmporteerde modules direct uit China zijn op een bekend Nederlands forum tot nu toe de nieuwe eigenaren zeer tevreden (ook qua productie, en de geflashte nominale waarde ligt soms fors BOVEN de gemiddelde sticker waarde…). Zegt nog niks over de tevredenheid over enkele jaren, maar datzelfde geldt voor modules van Europese makelij. Photon heeft verder nogal forse kritiek op “garanties” die voor willekeurig wat voor merk dan ook worden uitgegeven.
Dus dit blijft een gloeiend heet thema.
Realiteit is gewoon dat Azië de bulk van de productie gaat overnemen, dat ook nog eens zeer goed lijkt te doen, en dat Europese bedrijven strategische heroverwegingen zullen moeten gaan doen over hun beleid, de komende jaren. Q-Cells, First Solar zitten al in Maleisië met nieuwe productie. Niet gek staan te kijken dat er meer grote bedrijven zullen gaan volgen.
Grootste en belangrijkste opdracht blijft: blijvende stapsgewijze, gecontroleerde kostenreductie, om van het steeds zwaarder wegende, extreem politiek gevoelige juk van incentives vanuit de staat of vanuit de kWh verbruiker af te komen. Want de Spaanse markt geeft al aan tot wat voor vernietigende gevolgen verkeerd geïmplementeerde incentive regimes kunnen leiden. En dan maakt het verder niet uit of de modules uit Europa of uit China komen. Als ze maar zorgvuldig zijn gemaakt, en elk jaar weer goedkoper worden aangeboden. Massaproductie, dus, anywhere. Met uitstekende kwaliteitscontrole.