Advertenties

Vergelijk offertes zonnepanelen Banner DeltaLloyd

Links duurzame energie

« Hogeschool Utrecht ontwikkelt ‘leslokaal’ met zonnepanelen | Home | Deelnemers gezocht voor wedstrijd “Hoe kick ik af van mijn olieverslaving?” »

“Met ambitieuze, maar beheerste groei kunnen we in 40 jaar volledig overgegaan zijn op duurzame energie”

20 januari 2010

professor Wim Sinke_ECN
Nederland op 100% duurzame energie laten draaien? En wanneer dan wel? Over 100 jaar zeker?
“Wij kunnen in theorie in 40 jaar tijd – dus tegen 2050 – volledig zijn overgegaan op duurzame energie. Daarvoor is nodig dat we een zeer ambitieuze, maar tevens beheerste groei op vele fronten realiseren. Die hebben we nodig om alle benodigde technologieën verder te ontwikkelen, om ervaring op te doen en om maatschappelijk draagvlak te creëren en te behouden. Daarvoor is tijd nodig. Je moet ook niet een marathon proberen te lopen in minder dan twee uur. Als je dat als doel stelt, weet je bij voorbaat dat je het niet gaat halen. Dat geldt ook voor de overgang naar hernieuwbare energie. Om geen fiasco te krijgen moeten nieuwe middelen zoals zonnepanelen niet alleen goed werken, ze moeten er ook ‘strak’ uitzien en werkelijk duurzaam zijn. Architecten moeten enthousiast worden en die er in willen tekenen, in plaats van er toe gedwongen worden door overheidsmaatregelen. Integrale kwaliteit is wat mij betreft het toverwoord: nieuwe oplossingen op het gebied van hernieuwbare energie moeten eerst mooi (voor zover van toepassing), gemakkelijk toepasbaar en betrouwbaar zijn en pas daarna goedkoop. Het is als met schrijven: eerst duidelijk, dan snel. Duurzaamheid voor wat betreft materiaalgebruik en mogelijkheden voor hergebruik is een ander kwaliteitsaspect en een voorwaarde voor grootschalige toepassing.”

Het energievraagstuk is een veel besproken onderwerp. Er zijn heikele onderdelen aan de discussie – neem bijvoorbeeld kernenergie – en er zijn onderdelen waarover maar geen consensus mogelijk lijkt, bijvoorbeeld de ideale energiemix: als we geen olie en andere fossiele brandstoffen meer kunnen of willen gebruiken, waar halen we dan onze energie vandaan? Er zijn daarbij verklaarde tegenstanders van duurzame energie en er zijn rabiate voorstanders. Om die reden laten wij deskundigen aan het woord die verschillende vormen van duurzame energie toelichten. Is de uiteindelijke optelsom van alle mogelijke vormen toereikend om vrolijk verder te leven zonder fossiele brandstoffen? In deze eerste bijdrage is het woord aan Wim Sinke, natuurkundige en specialist op het gebied van zonne-energie. Hij is sinds 1990 verbonden aan het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten.

Energietransitie
Sinke houdt zich al jaren bezig met het vraagstuk van energietransitie: de noodzaak om over te schakelen naar duurzame energie, vooral omdat het gebruik van fossiele brandstoffen leidt tot klimaatverandering, omdat ze opraken, omdat ze ons afhankelijk maken van producerende landen en omdat ruim 1,5 miljard mensen geen toegang hebben tot energie uit fossiele brandstoffen.

De vraag die aan de orde is, is de volgende: zou het theoretisch mogelijk zijn alle energie die wij in Nederland gebruiken door de zon op te wekken? Kunnen wij 100% duurzame energie gebruiken als we alleen op de zon zouden kunnen afgaan als energiebron?
Sinke: “In theorie is dat mogelijk, maar je moet toch een paar rekensommetjes maken om dat antwoord te nuanceren, ook al zijn dat sommetjes op de achterkant van een sigarendoos. Overigens wil ik benadrukken dat ook windenergie, “waterenergie” en biomassa (indirecte) vormen van zonne-energie zijn. Het zonaanbod in Nederland is 50 keer meer dan we verbruiken. Bij een 100% benutting van de zon heb je 2% van de totale ruimte nodig die we in Nederland beschikbaar hebben. Als we vervolgens uitgaan van een gemiddeld totaalrendement (van zonnestraal tot eindgebruik in de vorm van warmte, stroom of brandstoffen, inclusief transport en opslag (!)) van zonne-energiesystemen van ongeveer 10%, dan hebben we dus 20% van het landoppervlak nodig. Dat is in mijn ogen een absurd en bovendien volstrekt onnodig uitgangspunt. Nederland hoeft geen energie-eiland te worden.”

Nog geen ’solar fuels’
De totale landoppervlakte van Nederland is ongeveer 34.000 km2. Eénvijfde daarvan is dus 6.800 vierkante kilometer. Zoveel ruimte aan zonne-energiesystemen toebedelen is geen haalbare kaart. Willen we toch volledig overgaan op zonne-energie dan zijn er volgens Sinke meerdere opties. “In de eerste plaats kunnen we zonne-energie in verschillende vormen importeren uit het buitenland. Naar mijn stellige overtuiging en als eerder opgemerkt moet dat sowieso. Daarnaast helpt het altijd enorm om het eindgebruik te verminderen door efficiënter gebruik en het vermijden van onnodig gebruik. Verder zouden we alle hens aan dek moeten halen om het rendement van de systemen voor opwekking, transport en opslag te verhogen. Bij fotovoltaïsche systemen waarmee elektriciteit wordt opgewekt zijn daarvoor nog veel mogelijkheden. Tot slot moeten we de ontbrekende schakels ontwikkelen. We kunnen prima stroom en warmte maken, maar systemen om direct brandstoffen (“solar fuels”) te produceren hebben we nog niet.”

Stralingsvermogen en stralingsenergie van de zon
Als achtergrond van deze redenering dienen de gegevens over het stralingsvermogen (de intensiteit) en de stralingsenergie (de hoeveelheid) van de zon. Het stralingsvermogen van de zon bedraagt buiten de atmosfeer ongeveer 1370 watt per vierkante meter (W/m2). Door absorptie en verstrooiing in de atmosfeer wordt het stralingsvermogen verminderd tot maximaal zo’n 1000 W/m2. Dit stralingsvermogen halen we alleen op een heldere dag wanneer de zon hoog aan de hemel staat. Gemeten op een vlak dat naar de zon is gericht varieert dit maximale vermogen relatief weinig over de wereld. Het is dus niet zo dat de zon in de Sahara veel feller schijnt dan in ons land. Het gemiddelde vermogen varieert echter wel (hoewel veel minder dan de meeste mensen denken): in ons land schijnt de zon veel minder vaak op volle sterkte dan in de Sahara. Dat komt vooral door vocht, bewolking en seizoenen (stand van de zon / daglengte). Die effecten, in combinatie met het feit dat zon nu eenmaal opkomt en ondergaat, zorgen ervoor dat we in ons land op een optimaal georiënteerd vlak een gemiddeld stralingsvermogen hebben van ongeveer 125 W/m2 (= 0,125 kW/m2), 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. De gemiddelde jaarlijkse stralingsenergie  komt daarmee op ongeveer 1100 kWh/m2 (0,125 kW/m2 x 8760 uren in een jaar = 1100 kWh/m2). In droge woestijngebieden is dat 2000-2500 kWh/m2, op de Noordkaap nog altijd ongeveer 900 kWh/m2. Zie http://re.jrc.ec.europa.eu/pvgis/ voor een schat aan gegevens. Let wel: het gaat hier om kWh in de vorm van licht, geen elektriciteit. De gemiddelde dagelijkse stralingsenergie bedraagt bij ons in de winter ruwweg 1 kWh/m2, in de zomer 5 kWh/m2 en in de lente en herfst ca. 3 kWh/m2.
Gezien het huidige rendement van zonnestroomsystemen van 10-15% is de gemiddeld te verwachten elektriciteitsopbrengst 110-165 kWh/m2 per jaar. Om dat in perspectief te plaatsen: het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van een huishouden is gemiddeld 3500 kWh per jaar. Een dak vol zonnepanelen levert daarom gemiddeld over een jaar voldoende stroom. Het totale energiegebruik is natuurlijk veel hoger dan het elektriciteitsgebruik van huishoudens. We gebruiken niet alleen stroom, maar ook warmte en brandstof en er zijn niet alleen huishoudens, maar ook bedrijven, kantoren, openbaar vervoer, etc. Uit cijfers van het CBS blijkt dat wij in Nederland jaarlijks ca. 3.330 petajoule (PJ, 1 PJ = 1015 J) energie verbruiken. Als we dat allemaal zouden willen opwekken met zonnepanelen zou dat ruwweg 5600 tot 8400 km2 aan oppervlak kosten; vergelijkbaar met het eerdergenoemde getal van 6800 km2. Dat is echter veel te kort door de bocht. Zonnepanelen leveren stroom en slechts iets meer dan 10% van de energie wordt gebruikt in de vorm van elektriciteit, de rest betreft warmte en brandstof. Zonnewarmtesystemen hebben een aanzienlijk hoger rendement dan 10-15%. Systemen voor de productie van brandstof hebben we daarentegen nog niet. We kunnen wel van stroom brandstof maken, maar dat levert extra verliezen. Daar staat tegenover dat we misschien steeds meer elektrisch gaan rijden. Zonnepanelen krijgen verder een steeds hoger rendement. Op termijn misschien wel 30%. Een goed beeld van de mogelijkheden en uitdagingen vraagt daarom een diepergaande analyse.

100 voetbalvelden per gemeente
Als we uitsluitend naar het energiegebruik van huishoudens kijken, dan ontstaat het volgende beeld. Volgens de statistieken gebruiken Nederlandse huishoudens jaarlijks 87,5 PJ elektriciteit en 300 PJ overige brandstof (aardgas voor verwarming, benzine, diesel en andere brandstof voor mobiliteit enz.). Omgerekend is dit 24 miljard kWh(elektrisch) en 83 miljard kWh(overig) per jaar. Zou je dit met zonne-energie willen opwekken dan hebben we bij een zeer conservatief geschat rendement van 10% dus 220 km2 en 750 km2 nodig voor het plaatsen van zonnepanelen. Daarbij wordt opgemerkt dat het warmtedeel van de energiebehoefte aanzienlijk efficiënter zou kunnen worden opgewekt, zodat de 750 km2 kleiner zou kunnen worden. Aangezien een voetbalveld ongeveer 5.000 m2 (0,005 km2) groot is, hebben we in totaal dus zo’n 44.000 voetbalvelden nodig voor het elektriciteitsgebruik van huishoudens en maximaal 150.000 velden voor het totale overige energiegebruik van huishoudens. Is dat veel? Het is maar hoe je het bekijkt. We hebben in Nederland ongeveer 420 gemeentes. Met een oppervlakte van ongeveer 100 voetbalvelden per gemeente heb je de opwekking met zonne-energie van alle elektriciteit die huishoudens gebruiken afgedekt.

Sinke: “Als je naar de bebouwde omgeving kijkt – of misschien wel nauwer omschreven: woonwijken –  dan is het zeker zo dat die de eigen elektriciteit met zonne-energie kan opwekken. Er is in principe genoeg dak- en geveloppervlakte voor zonnepanelen beschikbaar, zeker als we rekening houden met de toekomstige rendementstijging. Maar voor de industrie is dat niet mogelijk; daar is simpelweg de oppervlakte niet toereikend. Een willekeurige fabriek of werkplaats heeft onvoldoende dakoppervlakte om het totale elektriciteitsgebruik, laat staan de totale energieconsumptie af te dekken.”

Mobiliteit en energie efficiëntie
Naast het huishoudelijke en industriële gebruik is een derde categorie die de nodige energie vergt en dat is mobiliteit. Kun je met het bedekken van wegen en het spoor met zonnepanelen voldoende energie opwekken om in het verbruik te voorzien? Sinke denkt niet dat het handig is te streven naar een zo strak verband tussen opwekking en gebruik. We kunnen die ruimte absoluut gaan benutten, maar de opgewekte stroom kan overal voor worden gebruikt en hij hoeft de onderliggende transportfunctie ook niet energieonafhankelijk te maken. Productie en consumptie zullen bij duurzame mobiliteit op een andere wijze in balans gebracht moeten worden.
Overigens kun je met mobiliteit illustreren welke gunstige neveneffecten de overschakeling van (fossiele) brandstoffen op (duurzaam opgewekte) elektriciteit kan hebben. Ervan uitgaande dat de verbrandingsmotor wordt vervangen door een elektrische, dan betekent dat een aanmerkelijke verlaging van het energiegebruik. Alleen al om de simpele reden dat elektromotoren veel efficiënter zijn. De efficiëntie van het verbrandingsmotoren in auto’s is ruwweg 25%, wat betekent dat 75% van de energie die benzine of diesel levert verloren gaat in de vorm van warmte. De efficiëntie van elektromotoren is daarentegen is (ruim) boven de 70%.

Het fenomeen van hogere efficiëntie is ook terug te vinden bij andere vormen van energieverbruik. Amerikaanse wetenschappers hebben uitgerekend dat bij een theoretische ‘volledige’ overgang naar wind-, water- en zonne-energie in combinatie met een ‘elektrificatie’ de wereldwijde energieconsumptie met 30% daalt. Voor Nederland zou dit betekenen dat bij een overgang naar 100% duurzame energie het totale energieverbruik daalt van het huidige 3.330 petajoule per jaar naar 2.700-2.800 petajoule per jaar. Een voordeel dat we er ‘gratis’ bij krijgen.

De economie van zonne-energie
Als onze energievoorziening voor 100% op zonne-energie zou moeten vertrouwen, wat doet dat economisch gezien?
Eigenlijk is die vraag lastig om te beantwoorden. Onze energieconsumptie is immers breder dan alleen elektriciteit. We gebruiken stroom, warmte en brandstoffen. Met zonne-energie wekken we elektriciteit en eventueel thermische energie op. Indien de opgewekte stroom ook gebruikt moet worden voor toepassingen als transport, dan moeten totale energiesystemen aangepast worden. Zo zal de huidige verbrandingsmotor er dan uit moeten of er moeten vormen van de eerder genoemde ’solar fuels’ ontwikkeld worden.
Als we de economische vergelijking versimpelen tot alleen elektriciteit dan kunnen we een aantal zaken berekenen. De huidige kostprijs van zonnestroom is nog relatief hoog. Momenteel kost het opwekken van 1 kWh met behulp van een zonnestroomsysteem in Nederland €0,30-0,50 . Dat is anderhalf tot twee keer zoveel als de consumentenprijs van ‘gewone’ of ‘grijze’ stroom.
Kijken we naar de concurrentiepositie van zonnestroom in de toekomst dan hebben we te maken met een paar factoren en (dus) onzekerheden. In de eerste plaats zijn daar de opwekkosten en de prijs van “gewone” stroom. De opwekkosten worden deels bepaald door de prijzen van kolen en gas en hoewel er weinig met zekerheid valt te voorspellen is het wel vrijwel zeker dat die alleen maar zullen stijgen. De prijzen van stroom worden door veel meer factoren bepaald, maar ook daar geldt dat een dalende trend vrijwel uitgesloten is, zeker wanneer we serieus zouden gaan betalen voor CO2. Al met al verwacht men dat stroomprijzen gemiddeld 1 tot 3% per jaar zullen stijgen (extremere verwachtingen zijn ook te vinden). Daar staat tegenover een robuuste en tot nu toe goed voorspelbare daling van de opwekkosten van zonnestroom.
Sinke haalt daarvoor cijfers en berekeningen van EPIA aan. Dit is de European PhotoVoltaic Industry Association, een (belangen)vereniging die 95% van Europese bedrijven en organisaties aan zich verbonden weet. Deze vereniging houdt het totaal geïnstalleerd vermogen en de prijsontwikkeling al jarenlang bij en constateert dat er sprake is van ruim 20% prijsverlaging bij iedere verdubbeling van de cumulatieve productie van zonnepanelen (het hart van zonnestroomsystemen). Deze daling wordt veroorzaakt door schaalvoordelen en innovatie. Een soortgelijke trend is waarneembaar voor complete systemen, zij het dat daar veel meer variatie in zit door alle systeemgroottes en -typen en landen.

PV-prijsontwikkeling
Sinke: “Als de volumeontwikkeling van zonne-energiesystemen zich doorzet en innovaties gestimuleerd blijven worden, dan is voorspelbaar dat het opwekken van zonnestroom tegen 2020 concurrerend zal zijn met het kopen van grijze stroom uit het net. Niet alleen voor consumenten in Zuid-Europa, maar voor een belangrijk deel van alle stroomgebruikers in heel Europa. Dat is al over 10 jaar en in sommige gevallen nog veel eerder. Daarmee zijn we er nog niet, maar het betekent wel dat de terugleververgoedingen die nu moeten worden verstrekt om de markt te ontwikkelen en volume te creëren geleidelijk kunnen worden afgebouwd. De investering die de samenleving moet doen om zonnestroom concurrerend te maken is daarom letterlijk en figuurlijk beperkt.”

Pijngrenzen en trauma’s
Waarom is er geen consensus over de toekomst van onze energievoorziening? Waarom duurt het zo lang voordat zowel de maatschappelijke als de politieke meningsvorming omgebogen is en dat investeringen in duurzame energie zonder dralen worden gedaan?
Sinke buigt zich al heel lang over dit soort vragen. Wat hij in elk geval constateert is dat de internationale politiek niet uitblinkt in snelheid en eensluidendheid.
Sinke: “Europa is traag. Maar als Europa de energietransitie niet inzet, dan doen de meeste afzonderlijke lidstaten het al helemaal niet. Duitsland is eigenlijk het enige land dat op nationaal niveau overtuigend het voortouw heeft genomen. Dit is niet verwonderlijk: Duitsland is van oudsher een industrieland en van daaruit gespitst op mogelijkheden voor de opbouw van nieuwe bedrijfssectoren en innovatie. Daarnaast is energievoorzieningszekerheid natuurlijk cruciaal; het land beschikt immers niet over grote eigen olie- of gasvoorraden. Tot slot heeft men om verschillende redenen grote affiniteit met duurzaamheid. Daarom combineert men in de binnenlandse (politieke) besluitvorming energie, economie en ecologie. Precies zoals het naar mijn idee optimaal is. Het starten van de transitie wordt niet alleen ingegeven door zorgen om mondiale vraagstukken of internationale verplichtingen, maar ook door kansen en welbegrepen eigenbelangen als werkgelegenheid.”

“De doelstelling van Europa om in 2020 20% van de energievoorziening duurzaam te laten zijn is op zichzelf een goed ambitieniveau als we dat ook echt gaan halen en als we daarna snel doorgroeien naar veel hogere percentages. Ik zeg er tegelijkertijd bij: het is het absolute minimum en eigenlijk zou de lat bij 30% moeten liggen. Voor landen en burgers, zeker in het Westen, zijn de pijngrenzen echter nog niet bereikt en daarom zijn hogere ambities nog niet bespreekbaar. De prijs van fossiele brandstoffen is nog niet hoog genoeg, de last van klimaatverandering is nog niet groot genoeg, de afhankelijkheid van andere landen voor energievoorziening is nog niet nijpend genoeg. Het klinkt wat wrang, maar wij hebben rampen nodig om echt in actie te komen. Dat is overigens een algemeen menselijk trekje: wij stellen zaken uit als we dat ook maar enigszins kunnen. Mensen veranderen alleen wezenlijk door schokken, trauma’s. We zoeken die pijngrens nu echter snel op. Onze wereld is eindig en ons gebruik van energie, grondstoffen, water en andere essentiële zaken blijft maar groeien. De wal van klimaatverandering, schaarste of andere ongemakken zal het schip uiteindelijk keren.

Geen autarkisch model
Als het gaat om onze elektriciteitsvoorziening kunnen we theoretisch volledig overgaan op zonne-energie. Dit zal in elk geval voor de kostenkant kunnen gelden: zonnestroom wordt steeds goedkoper en als de verwachte trend doorzet dan zijn de opwekkosten in 10 jaar gelijk aan de prijzen van traditionele stroom. Daarna dalen de kosten nog veel verder. Natuurlijk ben je er niet met opwekken. Bij grootschalige inzet van zonnestroom moet je ook opslaan, in kleine en in grote eenheden. Dat brengt in ieder geval forse extra kosten met zich mee en de opslagtechnologie moet ook nog verder worden ontwikkeld. Ruimte is een ander probleem. Mondiaal weliswaar totaal niet, maar binnen Nederland wel, zeker als we naast elektriciteit ook onze andere energieconsumptie zouden willen afdekken. Hoezeer hij een zonne-energieman pur sang is, is Wim Sinke geen voorstander van zo’n scenario: “Ik vind sowieso elk autarkisch model tekort schieten. Je moet niet doen alsof wij op een eiland leven. Dat leidt alleen maar tot suboptimalisatie. Het is dezelfde discussie als op kleinere schaal: vind je dat elk huis energieneutraal moet zijn of streef je naar een energieneutrale wijk of stad? In die zin vind ik dat we het breder moeten zien. We moeten praten over een mondiale energietransitie. Nederland beschikt bijvoorbeeld over veel wind. Wij kunnen en willen ons niet permitteren om die bron onbenut te laten. Zon en wind samen zijn bovendien sterker dan zon of wind alleen. Voeg daarbij waterkracht, duurzame biomassa, aardwarmte, etc. en het verhaal is duidelijk. Het overschot van de met wind opgewekte elektriciteit kun je exporteren, terwijl je extra zonnestroom of andere vormen van duurzame energie kunt importeren.

Goed, voor professor Wim Sinke dus geen energiescenario dat zich beperkt tot zonne-energie dan wel beperkt is tot Nederland als geografisch gebied dat zich moet bedruipen met ‘zelf opgewekte’ duurzame energie:“100% duurzame zonne-energie van eigen bodem is misschien technisch mogelijk, maar verder op geen enkele manier realistisch, optimaal of zelfs maar wenselijk. Nederland is geen eiland en heeft een te hoog gebruik per km2.”

Toch, als we hem een ‘gedwongen keuze’ voorleggen wil hij wel wat kwijt: “Als het dan toch persé moet, dan zou ik voor ons eigen land kiezen voor van zonnestroom en offshore windenergie in combinatie met elektriciteitsopslag en zonnewarmte met warmte/koude-opslag”.

Onderwerpen: Energie, Marktontwikkeling, Wetenschap, Zonne-energie 5 Comments »

5 reacties op ““Met ambitieuze, maar beheerste groei kunnen we in 40 jaar volledig overgegaan zijn op duurzame energie””

  1. Martin zegt:
    23 januari 2010 , 15:06

    Rob: heb je er rekening mee gehouden dat lang niet alle daken zuidwaarts gericht zijn?
    Ruwe schatting: slechts 30% precies zuid en 30% voldoende zuid. Restant noord.
    Hierdoor verandert de rekensom aanzienlijk!

  2. Martin zegt:
    22 januari 2010 , 13:09

    CHAPEAU meneer Sinke!
    Eindelijk een gedegen verhaal dat de politici, in ieder geval de meeste, in hun zak kunnen steken!
    Ze laten zich door de energieboeren in de luren leggen en de stroperigheid druipt er af.
    Neem b.v. de SDE-regeling: het is een compleet bureaucratisch wespennest.
    Bedankt voor deze duideliijkheid!

  3. Rob de Bree zegt:
    22 januari 2010 , 12:42

    Die rekensommetjes betreffende het potentieel van zonne-energie in Nederland worden ook door Wim foutief berekend. Die 3300PJ betreft het PRIMAIR verbruik. Een kWh zonnestroom heeft een PRIMAIRE energie-inhoud van 3,6MJ gedeeld door het opwekkingsrendement van een e-centrale (gemiddeld 40%). Da’s dus 9MJ. Als een zonnepaneel van 1 m2 125kWh per jaar opwekt dan levert dat dus 125 x 9MJ = 1,125GJ aan PRIMAIRE energie. Bij 1 vierkante kilometer zonnepanelen is dat 1,125PJ PRIMAIRE energie. 3300/1,125 = 2933 km2. Dat is 11,6% van het landoppervlak van Nederland. GEEN 20% dus. Bovendien blijkt een 100% duurzame energiehuishouding het PRIMAIR verbruik te doen afnemen met 30%. Houden we over 11,6*0,7 = 8%. Van die 8% bestaat 4% nu al uit BESTAAND (en vooralsnog onbenut) DAKOPPERVLAK. Met andere woorden, 50% van het energieverbruik van Nederland kun je dus opwekken met zonnepanelen ZONDER dat dat ook maar 1m2 aan extra ruimte kost. Niks absurd dus, en niks onrealistisch, meneer Sinke.

  4. Floris zegt:
    20 januari 2010 , 22:55

    prof. Sinke kijkt naar de sector als geheel. Het perspectief is verbazingwekkend goed. Waarom doen stimuleert de overheid zonenstroom niet veel en veel meer ?
    In feite is voor een particulier op dit moment gridpariteit al een gegeven mits hij slim investeert in eigen PV. Daar is niet eens SDE subsidie [meer] voor nodig. Ik heb een rekensommetje op m’n website geplaatst: http://www.zonnepanelen.wouterlood.com

  5. polderjongen zegt:
    20 januari 2010 , 19:37

    Mijn complimenten voor het erg interessante en leuke, gebalanceerde interview.

    Het is wel weer duidelijk dat de Godfather van de Nederlandse Zonnestroom hier aan het woord is. Al zal hij het liever niet zo benoemd willen zien, bescheiden als hij is…

    Klasse!

(advertentie)

(advertentie)